10 Basisbehoeften en Geboden
Op de Landelijke Ontmoetingsdag vertelden we over de tien basisbehoeften die kinderen en ook wij als volwassenen hebben. Wanneer een of meerdere behoeften als kind niet of weinig vervuld worden vormt dit een gevoelige snaar in ons leven, een rode knop. Als je partner zo’n rode knop indrukt wordt er een pijnplek geraakt. In het gewone leven staan we er vaak niet bij stil. Misschien zijn we het ons niet bewust en hebben de pijn diep weggestopt. Zo leven we niet ten volle. Om ons weer helemaal tot leven te wekken hebben we 10 geboden van liefhebben. Die geboden kunnen ons helpen om milder te worden naar onszelf en onze partner, maar we moeten er wel wat voor doen.
De 10 geboden vloeien voort uit de basisbehoeften. Het eerste gebod: Tederheid.
Gebod 1: Gij zult elkander knuffelen en wel iedere dag minstens één keer
We hebben allemaal behoefte aan tederheid. Als volwassene, maar ook als kind hadden we die knuffel, die aai over de bol zo nodig. Tederheid, intimiteit, het is leven gevend. Het hoeft niet veel tijd te kosten, maar vraagt wel echte aandacht.
Hans
Lichamelijke aanrakingen waren er in mijn jeugd volop. Ik zat regelmatig op schoot bij mijn oma en kroop weg bij mijn moeder als ik troost wilde hebben. Wanneer ik naast mijn ouders liep gaf, ik hen automatisch een hand. Zo anders dan vroeger in het gezin van Gerry, al is dat in de tijd sterk veranderd. Bij ons was er volop warmte, al ging mijn vader er houterig mee om. Ik raak anderen nog steeds makkelijk aan. Toen ik Gerry leerde kennen was het: geen woorden maar lichamelijk contact. Ik kroop dicht tegen haar aan, genoot van haar warmte en natuurlijk was er ook haar seksuele aantrekkingskracht waar ik van genoot.
De oproep om elke dag minstens één keer elkaar een aandachtige knuffel te geven vind ik fijn. Ik werd er warm van en dacht toen ik het las, ‘ik heb dus recht op een knuffel’, al vind ik één per dag wat weinig.
Gerry
Ik kom uit een groot gezin. Geen tijd voor geknuffel, niet van die poespas. Als we ons pijn deden, moesten we ons niet aanstellen en flink zijn. Geen kusjes, die waren voor watjes. Mijn ouders gaven elkaar een stevige zoen als ze weggingen. Net zo doen wij dat als broers en zus. Stevig en zeker niet zacht. Zo ben ik dat gewend. Toen ik Hans leerde kennen was dat zo anders. Alle aandacht voor lichamelijk contact. Ik genoot ervan, maar vond het ook spannend. Ik had niet geleerd om mijn lichaam lief te hebben. Ik was me heel bewust van even een aanraking van anderen, maar zelf mijn handen uitsteken vond en vind ik vaak nog moeilijk. Hans is mijn knuffelkoning, kan mij zo zacht en met overgave masseren. Ik geef me er helemaal aan over, maar zelf moet ik een drempel over om hem bewust aan te raken. Sinds kort hebben we de afspraak om elkaar elke morgen te knuffelen. Soms zegt Hans: dat was een lekkere zoen, maar zo intiem lukt me niet altijd. Wel heb ik de afspraak met mezelf gemaakt om hem heel bewust aan te kijken, helemaal aanwezig te zijn. Een vleugje liefde, die mijn dag kleurt.
Vraag voor de dialoog.
Hoe is het voor mij om elke dag te knuffelen?
Wie is de knuffelaar en op welke momenten sta ik er het meest voor open?
Wat zijn eventuele belemmeringen om het te doen en me er aan over te geven?
Gerry en Hans Stevels