Het 7e gebod: Gij zult elkaar in verbondenheid een eigen leven laten leiden!
In de vorige nieuwsbrieven hebben we het 1e, 3e ,4e en 6e gebod behandeld.
Deze keer: Het 7e gebod: Gij zult elkaar in verbondenheid een eigen leven laten leiden!
We verlangen allemaal naar vrijheid en verbondenheid. De verhouding verschilt bij iedereen.
En dan heb je ook nog de pleasers en de verantwoordelijken. Bij allebei speelt het moeten een rol. De pleasers moeten helpen, het de ander naar de zin maken. De verantwoordelijken gunnen zich geen rust tot het werk gedaan is. Het moeten is een belemmering om jezelf vrij te voelen, maar ook de ander vrijheid te gunnen. Wat heb je vrij te geven?
Soms zijn we jaloers als de ander gezellig zit te praten, terwijl we ook naar verbinding verlangen, maar er moet nog zoveel.
Of we kunnen jaloers zijn op het gestructureerde leven van de partner.
Hoe vrij voelen we onszelf en hoe zitten we gevangen in het heilige moeten?
Hans
We doen veel samen, heel veel en dat vind ik fijn… meestal. Toch, als Gerry naar een vriendin is, hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen en voel ik me vrij. Maar als ze langer wegblijft dan ik dacht verlang ik naar haar thuiskomst.
Het was zaterdag. Lees verder Gerry vindt het leuk om naar de markt te gaan en ik niet. Ik heb ondertussen ervaren dat meegaan naar de markt voor geen van tweeën een succes is.
Ze kwam thuis met veel boodschappen en ik zat tv te kijken. Ik kon niet rustig achter de tv blijven zitten vond ik en moest van mezelf helpen om de boodschappen op te ruimen en koffie voor haar in te schenken en dat deed ik ook. Einde van mijn vrijheid.
Mijn gedrag, als pleaser, hield me gevangen. Ik moet van mezelf. Het is zo’n automatisme. Ik ga er als vanzelf vanuit dat het fijn is voor Gerry als ik haar help. Soms vindt ze dat fijn, soms irritant, want ik loop ook nog eens met mijn hulpvaardigheid in de weg. En ik? Eigenlijk was ik ook geïrriteerd dat ze al thuiskwam. Mijn rust was verstoord. Aan de ene kant voelde ik me schuldig dat ik lui zat te zijn en Gerry alle boodschappen had gehaald en aan de andere kant was ik ook bang om terecht gewezen te worden door Gerry, omdat ik haar alleen liet ploeteren. Door hulpvaardig te doen hoopte ik op dankbaarheid ipv kritiek.
Ik heb nog wat te leren in het vrijlaten van Gerry en daarmee ook voor eigen vrijheid te kiezen. Wanneer ik dat doe kan ik opener staan en echte verbinding ervaren.
Gerry
Ik heb meer behoefte aan verbinding.
Toen wij pas verkering hadden, was ik zo trots dat deze jongen mij zag zitten. Wij waren een klef stel en dat vond ik prachtig. Iedereen moest wel zien dat Hans van mij was. Hans werkte hard, ook vaak ’s avonds. Ik vond dat prima, al voelde ik me ook alleen in een grote stad, waarin we nog niemand kenden.
Later verhuisden we. Hans werd gelijk lid van de korfbal, een gemengde sport. Ik was soms bang dat hij de meiden van zijn team leuker vond dan mij. Natuurlijk zei ik dat niet en mocht het ook niet denken van mezelf. Ik was in die tijd regelmatig somber en dus niet zo gezellig. Op een avond was er weer een uitje van de korfbal een eind uit de buurt, ik hoefde niet mee van Hans, sterker nog, hij ging liever alleen.
Ik trok me terug, zei niet veel, nam mijn plek niet in. Ik was boos en jaloers, voelde me een blok aan zijn been. Moest ik hem die vrijheid gunnen als hij mij er niet bij wilde hebben? Ik zei niks meer en zeker niet over mijn verlangen om erbij te horen, verlangen naar verbinding. Het werd laat, maar ik kon niet slapen.
De rode knop van geen plek hebben, er niet bij horen, werd keihard ingedrukt.
De diepgewortelde opdracht die ik mezelf geef is: Gerry je moet hard werken om erbij te mogen horen. Je moet: belangstellend, aardig, grappig, onderhoudend enz… zijn.
Dat ben ik niet altijd en dan hoor ik weer dat stemmetje dat zegt: nee Gerry aan jou heb je niet veel.
Jaloers ben ik nog wel op Hans als ik zie hoe makkelijk hij contact maakt en hoe leuk ze hem vinden en ja dat is hij ook, maar ik zou zelf ook zo graag wat spontaner, wat vrijer durven zijn. Niet zo altijd mijn best moeten hoeven doen.
Ik ga meer weg dan Hans op het ogenblik. Ik voel me daar vrij in, want ik weet dat Hans het leuk vindt als ik mijn eigen dingen heb. Maar soms kom ik boos thuis, omdat het me niet gelukt is mijn plek in te nemen. De vrijheid om echt aandacht voor mijzelf vragen is ook tussen ons regelmatig een uitdaging. In kleine praktische dingen lukt het me beter om er aandacht voor te vragen. Toch is mijn eerste gedachte vaak flink zijn en niet zeuren. Maar hoe kan ik gezien worden als ik me verstop achter de Gerry die zich gevangen zet door al die moetens en diep van binnen zo verlangt naar verbinding?
Ja ik krijg vrijheid van Hans, maar nu nog van mezelf, zodat ik ook meer vrij te geven heb aan Hans.
Dialoogvragen
Wat doet het met mij als ik dit liefdesgebod hoor?
Welke moetens belemmeren mijn vrijheid?
Of hoe belemmert dat onze verbinding?
Wat heb ik jou mijn partner vrij te geven? Wat moet ik er voor loslaten?
Hoe speelt jaloezie in mijn relatie met jou? Wat is dan mijn diepste verlangen?
Wanneer heb ik samen met jou ultieme vrijheid ervaren?
Oefening
Wat zou ik graag willen doen, wat me vrijheid zou geven.
Je kunt bv denken aan een hele dag lezen, dansen, zingen, naar een naaktstrand gaan, je partner masseren, toneelspelen, voor de spiegel staan en jezelf hardop complimenten geven. Of misschien wil je weer even kind zijn en schommelen of van de glijbaan af. Het gaat om iets dat je eigenlijk veroordeelt, maar diep in je hart toch leuk zou vinden.
Door elkaar te vertellen wat je leuk zou vinden, maar toch niet durft, kun je elkaar stimuleren en wie weet word je meegenomen in het plezier van elkaar, ook al doe je het op dat moment niet samen.
Vrijheid en verbinding kan het resultaat zijn.
Voor mij, Gerry, zou dat o/a zijn om eens vrijuit te dansen. Ik ben niet preuts, maar me laten zien in allerlei bewegingen, vind ik een hele uitdaging. Ik heb geleerd dat we er netjes uit moesten zien en vooral niet te opzichtig. We moesten ons netjes en bescheiden gedragen. En als ik uitbundig zou dansen ben ik niet bescheiden. Ik kan gefascineerd naar dansers kijken. Zo vrij en zonder gene. Dat zou ik stiekem ook willen dat vrije, maar angst dat ik overdreven doe, belemmert mij.
In Bangkok kwamen we op een plein waar iedereen oefeningen aan het doen was. Dat vond ik uitdagend en deed gelijk mee. Tussen al die mensen viel ik toch niet op, bovendien kende niemand mij. Dansen alsof niemand me ziet.
Voor mij, Hans, zou het zijn om solo te zingen met overtuiging en passie. Ik zing met plezier, maar ik ervaar altijd een spanning in mijn lijf om er vol voor te gaan, zoals die Italianen zo mooi kunnen. Vrijuit zingen, zonder gene en het summum, een duet zingen met Gerry alsof alleen wij bestaan. Zingen alsof niemand me hoort. Vrij en in verbinding.
Zo hebben we allemaal onze angsten die ons gevangen houden om te doen, wat ons en elkaar meer vrijheid zou geven.
Hans en Gerry

