Basisbehoefte 10 vergeving.
Deze keer een langere bijdrage, onze laatste: Het 10e gebod Gij zult elkander haar of zijn fouten vergeven.
Rode knoppen: Beschuldiging. Als je een fout maakt wordt er niet op teruggekomen en word je niet vergeven.
Vergeving, het kan zwaar klinken vergeving en toch.
Vroeger en misschien nog wel, had je de biecht. Je vertelde of misschien verzon je wel dingen die je achter het gordijn kon zeggen, je hoorde wat je straf was en klaar was je.
Maar in een relatie werkt het net even anders. Natuurlijk kun je fouten maken en je er terdege van bewust zijn. Toch kun je ook onbewust de ander pijn doen, zijn rode knoppen indrukken. Was je kortaf of iets vergeten wat voor de ander belangrijk was? Geen echte aandacht gehad? Het kan ook zijn dat je iets anders wilde zeggen, dan de ander opgepakt heeft. Je weet niet altijd waar die rode knoppen zitten en soms ben je zo bezig met jezelf, dat je het niet eens in de gaten hebt. Het vraagt om nabeschouwing, om openheid en eerlijkheid.
De verleiding is groot om in een welles nietes spelletje te verzanden. Om de liefde ruimte te geven zullen we open moeten zijn over onze gevoelens. Natuurlijk willen we de ander niet bewust pijn doen, maar het lijkt makkelijker om in pijn te blijven hangen, slachtoffer te zijn, dan om open te zijn over de eigen pijn.
Gerry
We hoefden maar 280 km te rijden en zouden er 4 uur over doen volgens Tom de navigatie. Binnendoor vonden we allebei leuker dan de snelweg en het was korter en sneller.
En toch: veel dorpjes heel leuk, maar wel veel stoplichten die natuurlijk altijd op rood stonden. We zouden ook een stukje snelweg kunnen nemen, maar helaas bleek daar een lange file te zijn.
Normaal kan ik er redelijk tegen, zeker als ik niet aan tijd gebonden ben, maar nu…
Ik heb me een hele tijd ingehouden, maar verder lezen toen begon ik opmerkingen te maken zo van: ik begin het wel zat te worden en hoe laat zijn we er nu? Misschien waren het nog niet eens mijn woorden, maar mijn sacherijn kwam er wel duidelijk uit. En Hans werd stil en ik werd nog sacherijniger en zweeg in boosheid. Ja hij had die rode knop van mij te pakken. De rode knop van weg zijn, geen contact, al merkte ik best dat hij het ook niet leuk vond en op het laatst steeds harder ging rijden, maar hij zei niks en ik hield ook mijn mond maar.
’s Avonds in bed stak ik mijn arm uit, maar Hans reageerde er niet op. Ik wist niet wat ik nu nog moest doen en toch wilden we allebei niet met die afstand gaan slapen. Hans begon aarzelend het gesprek, dat hij boos was. Onze valkuil was om toch steeds weer het welles nietes spelletje te spelen, maar daar schoten we niks mee op. We moesten op zoek naar onze rode knoppen, onze pijnplekken. Ik wist dat mijn pijnplek was verlaten worden, geen contact maken, dat maakte het moeilijk om ook open te luisteren naar Hans. Door me steeds bewust te worden dat ik ook echt van hem wilde horen hoe dat bij hem werkte en wat hem raakte, kwam er meer duidelijkheid en openheid. Er was contact en ik kon weer verder.
De volgende dag was wat minder uitbundig, maar voor mij toch goed. Het had tijd nodig om de wond echt te helen en een paar dagen later schreven we erover.
Ik schreef:
Lieve Hans
De aanleiding lijkt zo simpel, een alledaags gebeuren, maar wat een impact had het op ons. Toen ik mijn arm uitgestoken had en er geen reactie kwam, gaf ik het eigenlijk al op. Het duurde een tijdje voor jij er over begon. Dat jij stil was in de auto merkte ik natuurlijk best. En ik was boos, boos op de rode stoplichten, boos dat het allemaal zo lang duurde, maar dat was alleen maar de aanleiding. De diepe boosheid daarna, was de verlatenheid, de stille broeierige afstand tussen ons. Ik wist best dat jij, gemopper van mij moeilijk vindt. Maar jij moet er toch ook van balen, waarom zeg je daar niks over? Samen boos zijn op een situatie buiten ons, is altijd nog beter dan alleen. Het zou mij geholpen hebben. Maar je trok je terug en ik werd nog sacherijniger en ik zei ook maar niks meer. Ondertussen voedde ik mijn boosheid, nu het meest gericht op jou. Ik wist dat ik zelf verantwoordelijk was voor mijn gevoel, daarom deed ik een poging weer contact te maken, door mijn arm uit te steken. Het was een welbewuste actie, want jij bent minder van woorden en meer van de aanraking. Ik schrok toen jij niet reageerde, deed ik zo mijn best. Nou dan maar niet; de tijd heelt alle wonden toch? Toen jij begon te praten, moest ik de knop omzetten, de knop van afstand naar verbinding. De vraag wat ik nu echt veroorzaakt heb en wat ik anders had kunnen doen, werd duidelijker. Jij was boos op mijn gemopper en interpreteerde dat als een aanval op jou. Jij zou het niet goed gedaan hebben. Zo had ik dat niet bedoeld en ook niet gedacht. Ik schrok ervan. Ik had kunnen vragen wat er met jou gebeurde, hoe het voor je was dat het verkeer tegen zat en ik zat te mopperen, maar ik was teveel met mezelf bezig. Met mijn pijnplek van verlatenheid, zonder dat ik daar de verantwoordelijkheid voor nam. Nee ik bleef veilig in mijn boosheid hangen. Nou ja veilig? Door mijn boosheid hoefde ik mijn pijn niet te voelen, al hielp dat natuurlijk niet echt. Verwijdering, me alleen voelen was de straf voor de zonde dat ik geen contact met jou zocht, maar mijn boosheid voedde door mijn gedachten. Ik vond het knap dat jij het gesprek opende want ik weet van de hobbels die jij moet overwinnen. De dag erna voelde ik me vrijer. Het zal niet de laatste keer zijn dat ik boos ben en jou daarmee van me verwijder, me niet laat kennen en me zo eindeloos alleen voel.
En is er na de straf ook vergeving?
Ik ben me meer bewust wat mijn gedrag met jou doet, dat ik soms de aanleiding ben voor jouw gevoelens, zoals nu gebeurde en toch, ik wil er niet aan dat ik alleen verantwoordelijk ben. We hebben elkaar pijn gedaan en het daar eerlijk over gehad. Voor mij is dat genoeg.
Het is weer open en vrij. De liefde heeft weer alle ruimte.
Je bent me eindeloos lief.
Je levenspartner.
Hans
Het was weer goed tussen ons. We hadden leuke dagen gehad en moeten we nog op de dip die we hadden terugkomen. Voor de nieuwsbrief moesten we nog schrijven over vergeving en dat was de stok achter de deur, een goede stok, want echte vergeving hadden we niet gevraagd en gekregen.
Ja, Gerry mopperde, nou ja, ik vond haar strontchagrijnig. Het verkeer zat inderdaad tegen en ik zei dat ik het ook niet leuk vond. Ik luisterde niet naar de teleurstelling van Gerry, maar van binnen werd ik steeds bozer. Ik uitte het door te zuchten als er weer een verkeerslicht een stoplicht bleek te zijn, maar woorden gaf ik niet aan mijn boosheid en ik luisterde ook niet naar Gerry. Wel gaf ik meer gas dan nodig was en we waren zo in no time bij het volgende obstakel.
’s Avonds, in bed, stak Gerry haar hand naar me uit. Mijn boosheid was ondertussen getransformeerd naar gelatenheid en ik deed niets met de uitgestoken hand. De volgende dag was mijn gelatenheid niet weg, ondanks dat het een leuke dag was en in vrijen had ik geen zin. Ik had mijn norm, dat ik een liefhebbende echtgenoot behoor te zijn overschreden en dat drukte op mijn stemming.
Na een nacht en een leuke nieuwe dag was mijn negatieve stemming verdwenen. Kennelijk heelt de tijd alle wonden, al zijn zulke voorvallen een smet op ons leven in liefde.Nu de waarde van de stok achter de deur, want waarom schrijven als we het inmiddels weer goed hebben?
Ik schreef:
Lieve Ger,
De autorit is weer een paar dagen geleden en mijn boosheid ervaar ik niet meer. Ja, ik was boos op je, boos dat je je niet in kon houden en ik was boos op de files en de rode verkeerslichten. In mijn normen staat met vette letters dat het uiten van boosheid iets is voor mensen van een lagere orde. Ik weet dat het onzin is maar ik kan moeilijk van die beknellende norm af. Ik wijs mijn eigen chagrijn af en dat doe ik van de jouwe ook. Heimelijk vind ik dat je teleurstellingen in waarde moet dragen, wegstoppen alsof er niets aan de hand is. Dat is de strategie die er bij mij van jongs af aan ingepompt is. Net zoals uitzinnige vreugde ook zijn grenzen heeft.
Door me terug te trekken en ondertussen wel te zuchten als er weer wat tegenzat, liet ik mezelf niet echt zien en bovendien liet ik jou in je sop gaarkoken. Ik miste de kans om samen te mopperen op de omstandigheden, om ons samen te richten op de boze buitenwereld, want het was voor ons allebei niet leuk, alleen jij had er kennelijk iets eerder last van. Of misschien drong het later tot me door dat ik ook last had van het overvloedige verkeer.
Was mijn rode knop geraakt, de knop die gloeit wanneer ik maar een zweem van kritiek hoor? Ja, de route is mijn domein, ondanks dat we het samen besloten hadden en commentaar op de route is commentaar op mij en laat het dashboardlampje rood worden.
Ik heb jou in de steek gelaten en mezelf in een isoleercel geplaatst. Dom om mezelf zo te beperken en erg om jou alleen te laten, terwijl ik weet dat het jouw rode knop is.
Lieve Ger, ik wil je geen pijn doen en ik deed het wel. Ik hoop dat je mij mijn terugtrekken in de auto vergeeft. Ik ben bang dat het niet de laatste keer is, want dit mechanisme is zo in mij verankerd, maar ik wel mijn aandeel in onze relatiedips eerlijk onder ogen blijven komen.
Ik hou van je.
Liefs, je Hans
Dialoogvragen
- Hoe is het voor mij om op een (onbewuste) fout terug te komen?
- Hoe is het voor mij als ik me niet gedraag zoals ik wel graag wil?
- Hoe is het voor mij om mijn fouten onder ogen te zien?
- Wat gebeurt er bij mij als ik me door jouw gedrag gekwetst voel? En waar hoop ik dan op?
- Wat gebeurt er bij mij als jij open en eerlijk sorry zegt?
- Hoe is het voor mij om eerlijk sorry te zeggen of ‘wil je me dit vergeven’?
